Ik ben de nieuwe Frank: over eenzaamheid, verlies en verbinding | 25 september 2025

Tijdens de Week tegen Eenzaamheid staan gevoelens van gemis en isolement centraal. Voor veel mensen kan eenzaamheid ingrijpend zijn, zoals Frank in zijn persoonlijke verhaal ervoer. In dit artikel deelt hij hoe het voelde toen zijn moeder verhuisde naar een woonzorgcentrum en hoe hij zelf worstelde met eenzaamheid en depressie. Zijn ervaring laat zien hoe belangrijk steun, verbondenheid en aandacht voor elkaar zijn, zowel voor degene die zorg nodig heeft als voor de naasten.

Wanneer eenzaamheid voelbaar werd

Eenzaamheid is een groeiend probleem in Nederland. Op het moment dat mijn moeder afwijkend gedrag ging vertonen als gevolg van haar verstrooidheid door beginnende Alzheimer/dementie, vonden wij als broers en zussen dat het zo niet verder kon. Voorzichtig hebben wij dat met haar besproken en gelukkig had zij dat zelf ook in de gaten.

Haar vriendin woonde reeds in een verzorgingstehuis. Dat was een vooruitstrevende oudere. Zij was al in het bezit van een mobiel. De drempel om te bellen was voor moeder dus erg laag. Die vriendin heeft de contacten met de manager van het huis gelegd en binnen no time had moeder een kamer met uitzicht op de mooie binnentuin. Maar was zij daar nu zo blij mee? Het gevoel van ‘erbij horen’ en ‘ertoe doen’ was voor haar toch een basisbehoefte. De angst voor eenzaamheid is niet alleen een naar gevoel, het is ook lastig om over te praten. Ook leidt het tot gezondheidsrisico’s en minder meedoen in de samenleving. Eenzaamheid kan leiden tot een ongelukkig gevoel en depressie.

Op de dag dat de verhuizing daar was, had ik het zelf wel moeilijk om haar daar voorgoed heen te brengen. Haar één-na-laatste reis. Een bezige bij met dagelijks veel mensen om zich heen, een leven lang in Laakkwartier, aardige buren waar je altijd bij terecht kon. Ineens verplaatst naar een situatie waar ook veel mensen zijn, maar waar het onderlinge contact zich beperkt tot de koffiehoek. Het verlies van een partner, beperkte mobiliteit en het afnemen van sociale contacten spelen hierbij een rol. Mijn moeder was dus veelvuldig in de koffiehoek te vinden op zoek naar sociale contacten en om maar onder de mensen te zijn.

Achteraf hoorde ik van mijn moeders vriendin hoe een telefoongesprek tussen hen was geweest: ‘Mag ik bij jou komen wonen?’ ‘Ja, daar ga ik niet over.’ Er waren spelregels die voor mijn moeder afweken van het normale leven. Mijn moeder vond het heel gewoon om met elkaar af te spreken samen te gaan wonen. Ach ja, waarom ook niet? Dit had een hoop verdriet bespaard. Zij voelde zich erg eenzaam.

Logisch, mijn moeder komt uit een gezin van tien kinderen en samen met mijn vader heeft zij een gezin van zes kinderen gesticht. Ze is dus vrijwel nooit alleen geweest. Altijd mensen om zich heen. Maar eenzaam voelde zij zich daar in die koffiehoek wel, ondanks de aanwezigheid van medebewoners.

Eenzaamheid is het gevoel dat je mist om verbonden te zijn met anderen. Het is een subjectieve ervaring die optreedt wanneer je een gemis ervaart in je sociale relaties, ofwel in de hoeveelheid of in de kwaliteit van de relaties. Eenzaamheid kan zich uiten in verschillende gevoelens zoals leegte, verdriet of angst, en kan leiden tot psychische en lichamelijke klachten. Eenzaamheid is meer dan alleen zijn; het is een gevoel van gemis en ontevredenheid over je sociale contacten. Het is een normale menselijke emotie, maar als het langdurig aanhoudt, kan het schadelijk zijn voor je gezondheid en welzijn.

Mijn moeder was een zorgzaam typetje, dus wat deed zij tijdens het ontbijt en de lunch? Voor de bewoners die het zelf niet meer zo goed konden, smeerde en belegde zij de boterhammetjes, en zo waren er meerdere activiteiten die zij op de afdeling kon doen, waardoor de dag weer sneller voorbij ging. Binnen no time kende iedereen haar en had ze het op haar gemak. De verpleging vond haar een lieve vrouw.

Overdag zocht ze het contact op, maar ’s avonds was ze weer op haar eigen kamer op zichzelf aangewezen. Alleen met haar gemis van een intieme, hechte band met haar man, familieleden of vriendin(nen). Na de overgang naar de psychogeriatrische afdeling en de Alzheimer/dementie niet meer te stuiten was, werd de communicatie erg moeilijk en het definitieve eind steeds dichterbij.

Mijn eigen worsteling met eenzaamheid

Nadat mijn moeders definitieve eind was gepasseerd, viel ik in een diepe depressie waarvoor ik in totaal 14 weken in een kliniek ben opgenomen, waarvan tien weken in de open kliniek en vier weken in de depressiekliniek. In deze periode heb ook ik mij heel erg eenzaam gevoeld. De eerste tien weken in de open kliniek voornamelijk omdat ik totaal geen klik had met de overige patiënten. Ik had geen raakvlakken voor een conversatie op niveau, ook niet met de verpleging. Ik kon op een bepaald moment bijna niet meer praten, en deed ik dat wel, dan klonk ik erg ziek. Mensen die mij belden, viel dat op, maar ik werd helaas niet veel gebeld.

In de open kliniek werd je aan je lot overgelaten. Ik trok me steeds verder terug op mijn kamer en telde de uren van een dag af, zodat ik weer in mijn bed kon gaan liggen. Dan kwam de verpleging je weer uit bed halen omdat het niet de bedoeling was dat je al vroeg ging slapen.

Het avondeten gaf de indruk alsof je in militaire dienst zat. Je pakte een bord en bestek en moest in een rij gaan staan om één voor één langs de verpleging te lopen, die in een rijtje de diverse etenswaren op je bord mikten. Ik voelde me steeds leger en miste mijn familie en persoonlijke vrienden. Zij op hun beurt durfden niet of nauwelijks naar mij toe te komen en contact te zoeken. Zo zie je wat een depressie voor een negatief effect in onze samenleving kan hebben. Het gevolg was dat ik mij heel erg eenzaam voelde en ook dacht dat het nooit meer goed met mij zou komen.

Mijn geluk kwam toen ik naar de depressiekliniek werd overgeplaatst. Aanvankelijk dacht ik dat dit nog erger zou zijn dan de open kliniek. Vooraf had ik nog een gesprek met de psychiater van de open kliniek, die mij zei dat mijn medicatie zou worden gewijzigd en er aan toevoegend dat als dit niet zou helpen, hij het ook niet meer zou weten.

De eerste week in de depressiekliniek voelde ik al verbetering. Ik had ook goede contacten met mijn medebewoners en de verpleging. We gingen elke dag een stukje buiten wandelen met de hele groep en we kregen ook presentaties over wat depressies zijn en wat goed slapen bijvoorbeeld met je doet. De depressiekliniek had een huiselijke sfeer en als er bezoek voor je kwam, mocht dat in de woonkamer en zelfs op de slaapkamer, wat in de open kliniek uit den boze was. Je werd hier als mens benaderd.

De nieuwe Frank

In de depressiekliniek werd ik begeleid door Reakt. Zij wezen mij op Den Haag Doet. Daar heb ik de vrijwilligersbaan als redacteur van het Laak Magazine gevonden. Ook ben ik via het Haags Steun Systeem in contact gekomen met Kompassie. Ik ben nu inmiddels 3½ jaar Kompassie-medewerker, ben schrijver van de ‘Rubriek van Frank’ en heb de Kompassie-cursus Familiecoach Mantelzorg gevolgd.

Dit gaf mij veel zelfvertrouwen en ik ben vervolgens zelf aan de slag gegaan om mijn persoonlijke contacten weer aan te halen en te bezoeken. Inmiddels ben ik penningmeester van het Wijkberaad Laak Centraal, lid van de Denktank Hersenletsel en begeleider bij ‘Samen lezen met de meester’. Daarnaast werk ik hard aan mijn lichamelijke beweging door iedere week aan de slag te gaan met de buursportcoach, ben ik recent begonnen met running therapie en doe ik al tijden aan wandelvoetbal!
Mensen die mij voor de depressie kenden, zeggen nu: ‘Dit is weer de oude Frank.’ Ik denk dan zelf: ‘Ik ben de nieuwe Frank.

Ik ben de nieuwe Frank: over eenzaamheid, verlies en verbinding

Bij Kompassie begrijpen we hoe ingrijpend eenzaamheid kan zijn, zeker in combinatie met psychische kwetsbaarheid. Daarom bieden wij ondersteuning, lotgenotencontact en cursussen die helpen om verbondenheid en veerkracht terug te vinden. Ontdek wat Kompassie nog meer voor jou kan betekenen.